Getuige van de opstanding

Maria Magdalena. Meditatie - Zevende Dag

Wat zegt ons de afbeelding?

Een interessant aspect van de figuur van Maria van Magdala is te zien op deze afbeelding van de Verrijzenis. Op de voorgrond zien we Jezus en Maria. Jezus is in het rood gekleed, wat een suggestie is van het bloed van het lijdensdrama en de kruisiging, en ook van liefde en van koningschap. De wonden in zijn handen, in zijn zijde en in een voet zijn nog zichtbaar. Hij heeft een spade in de hand, volgens het verhaal in het vierde evangelie dat hier wordt uitgebeeld (Joh. 20,15). Er is een nimbusrond zijn hoofd en daarin het teken van het kruis. Zijn wijsvinger is geheven in het eeuwenoude gebaar ‘Ga!’. Ga, om van mij te getuigen!


Jezus en de Magdaleen bij het graf. Deze fresco werd gemaakt aan het einde van de vijftiende eeuw en bevindt zich in de Silvester Kapel van de kerk van O. L. Vrouw te Konstanz.

Klik hier of op de afbeelding om een vergroting te zien



Overweging

Maria van Magdala ligt geknield. In de hand houdt zij het kruikje met kostbare olie waarmee ze naar het graf is gekomen om de onderbroken begrafenisriten voor de gestorven Rabbi af te maken. Zojuist is ze tot in het diepst van haar hart getroffen door de vaststelling dat Jezus leefde. Ze strekt verlangend haar hand naar hem uit en smeekt dat hij nog wat bij haar zal blijven. Maar Jezus antwoordt, ‘Je moet me niet tegenhouden, want ik ben nog niet opgegaan naar de Vader.’

Er is een zaak die nog belangrijker is dan gedeelde intimiteit. ‘Ga aan mijn broeders zeggen dat ze naar Gallilea moeten gaan. Daar zullen zij me zien.’ Ze moeten weg van de stad Jeruzalem, symbool van het Oude Verbond, afgebeeld in de verte met alle verdedigingswerken van een ommuurde stad. Ze moeten naar de plaatsen waar mensen wachten om geheeld en onderricht te worden, de mensen waarin hij zich opnieuw zal openbaren.

Zr. Theresia Saers

InleidingBeeld MeditatiesBibliografieEvangelie-teksten‘Een Albasten Kruik’Terug naar ‘home’ pagina