“Ik heb Kefas (= Petrus) openlijk de waarheid gezegd, want zijn handelen was duidelijk verkeerd. Ik heb zijn handelwijze ten overstaan van iedereen aangevochten.”
Galaten 2,11-14
Paus Johannes Paulus II, de Heilige Vader, en de Heilige Congregatie voor de doctrine van het Geloof hebben de afgelopen jaren opnieuw bevestigd dat zij de wijding van vrouwen tot priester afwijzen. Zij hebben verklaard:
- dat dit verbod op de wijding van vrouwen blijvend van kracht zal zijn als doctrine die tot de grondslag van het geloof behoort;
- dat de Heilige Vader zijn standpunt baseert op wat hij beschouwt als het onfeilbare universele magisterium, hoewel zijn tussenkomst/interventies in dit geval geen onfeilbare proclamaties van doctrine zijn;
- dat iedereen die het met de Heilige Vader oneens is niet meer volledig tot de gemeenschap der Kerk behoort.
Lees hier een uitgebreidere bespreking van de Romeinse teksten.
Ik ben een toegewijd christen en een trouw lid van de Katholieke Kerk. Ik besef dat het mijn plicht is mijn twijfel duidelijk en overtuigend onder woorden te brengen.
Dit doe ik met groot respect voor de Heilige Vader en de bisschoppen als autoriteit in de leer..
Als theoloog kan ik met kennis over de wijding van vrouwen spreken. Ik zal mijn argumenten onvervaard naar voren brengen, omdat ik me ervan bewust ben hoe enorm belangrijk de wijding van vrouwen is voor de toekomst van de Kerk.
Omdat er binnen het huidige kerkelijke klimaat op geen andere manier een dialoog te verwezenlijken is, gebruik ik hiervoor het internet, een nieuw medium dat heel geschikt is om een legitieme “publieke opinie” binnen de Kerk te bekrachtigen.
De plicht van een theoloog
Theologen staan in dienst van de waarheid. Per definitie is het hun taak na te denken over de geopenbaarde waarheid. Zij moeten vóór alles trouw zijn aan de waarheid, in welke vorm dan ook. Het Eerste Vaticaanse Concilie gaf nadrukkelijk haar goedkeuring aan dit zoeken naar de waarheid en verklaarde vol vertrouwen dat er geen conflict moest zijn tussen geopenbaarde waarheid en waarheid die op een andere manier bekend was geworden. Daar is een goede reden voor: God bepaald alle waarheid en kan Zichzelf niet tegenspreken. Als theologen trouw zijn aan de waarheid, kunnen zij niets anders dan trouw zijn aan God en Gods openbaring.
Eerste Vaticaanse Concilie, Constitutio de Fide Catholica, hoofdstuk 4, in Enchiridion Symbolorum, ed. H. DENZINGER, Freibourg, Herder, 1955 (30 ed.), nr. 1795-1800.
Tegelijkertijd moeten theologen de Heilige Vader en de bisschoppen gehoorzamen, aan wie Christus Zijn leergezag heeft toevertrouwd. De juiste houding ten opzichte van uitspraken van de Heilige Vader is door het Tweede Vaticaanse Concilie als volgt omschreven:
“Men moet zich in wil en verstand oprecht onderwerpen aan het ware leergezag van de Paus van Rome, zelfs als hij niet ex cathedra spreekt, zodanig dat zijn opperste leergezag met respect wordt erkend en oprechte aanvaarding wordt gegeven aan beslissingen die door hem genomen zijn conform zijn onloochenbare verstand en intentie, wat hoofdzakelijk wordt uitgedragen door de aard van de documenten in kwestie, of door de frequentie waarmee een bepaalde doctrine wordt voorgesteld, of door de manier waarop de doctrine is geformuleerd.”(.)
Tweede Vaticaanse Concilie, De Kerk, nr. 25.
Anderzijds hebben de autoriteiten in Rome erkend dat er conflicten kunnen bestaan tussen de opinie van theologen en die van het magisterium. Ik citeer uit Donum Veritatis, een verklaring van de Congregatie voor de Geloofsleer over de roeping van theologen.
- “Het kan echter voorkomen dat een theoloog, afhankelijk van het geval, vragen opwerpt over het tijdstip waarop het magisterium intervenieert alsmede de vorm waarin dit gebeurt, of zelfs over de inhoud van de interventies…. Het zou kunnen zijn dat sommige documenten van het magisterium niet geheel vrij van onvolkomenheden zijn” (nr. 24).
- Zelfs als samenwerking onder de beste omstandigheden plaatsvindt, kan de mogelijkheid niet uitgesloten worden dat er spanningen ontstaan tussen theologen en het magisterium. De betekenis die wordt toegekend aan zulke spanningen en de manier waarop zij onder ogen gezien worden moeten niet licht worden genomen. Als de spanningen niet voortkomen uit vijandige of conflicterende gevoelens, kunnen zij een dynamische factor worden, een stimulans voor zowel het magisterium en theologen om in samenspraak hun respectieve rollen te vervullen” (nr. 25).
- Als de problemen blijven bestaan, ookal heeft de theoloog zich oprecht ingespannen om ze op te lossen, is het de plicht van de theoloog bij de autoriteiten van het magisterium bekend te maken wat de problemen zijn die voortkomen uit de leer zelf, uit de argumenten die zijn aangedragen om de juistheid van de leer aan te tonen of zelfs uit de manier waarop de leer wordt uitgedragen. Dit dient hij te doen op evangelische wijze en met een diepe wens om de problemen op te lossen. Zijn bezwaren zouden dan wellicht kunnen bijdragen tot een ware vooruitgang en een stimulans kunnen geven aan het magisterium om de leer van de Kerk met grotere diepgang en een duidelijker uiteenzetting van argumenten uit te dragen” (nr. 30).
De publieke opinie in de Kerk
Tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie werd de kwestie van een vrije theologische discussie meegenomen in de verklaringen van het Concilie.
“Alle gelovigen, zowel geestelijken als niet-geestelijken, moeten een legitieme vrijheid van informatie en denken hebben, en de vrijheid om nederig doch zonder schroom uitdrukking te geven aan hun mening over kwesties waarin zij kundig zijn.”
Het Tweede Vaticaanse Concilie heeft ook onderkend dat de publieke opinie een uitermate belangrijke rol speelt in de huidige samenleving.
“De publieke opinie oefent tegenwoordig een enorme invloed uit op alle aspecten van het leven van alle burgers, ongeacht rang of stand. Het is daarom noodzakelijk dat alle maatschappijleden voldoen aan de eisen van rechtvaardigheid en naastenliefde op dit gebied. Zij moeten door middel van sociale communicatie bijdragen aan de vorming en verspreiding van een deugdelijke publieke opinie.”
Tweede Vaticaanse Concilie, Inter Mirifica, nr. 8.
De publieke opinie, met vrijheid van meningsuiting als essentieel onderdeel, speelt ook een belangrijke rol in de Kerk; Paus Pius XII herinnerde katholieke journalisten hieraan in een toespraak op 17 februari 1950 (Acta Apostolicae Sedis 42 (1950) p. 251.
- “Vrijheid van meningsuiting is een normale factor in de groei van de publieke opinie; hierdoor krijgen de ideeën en reacties van de meer invloedrijke kringen binnen een maatschappij uitdrukking” (nr. 25)
- Wil men dat de publieke opinie op de juiste manier geuit wordt, dan is het absoluut noodzakelijk dat er de vrijheid bestaat om uitdrukking te geven aan ideeën en opvattingen. In overeenstemming met de uitdrukkelijke leer van het Tweede Vaticaanse Concilie is het noodzakelijk duidelijk te verklaren dat vrijheid van meningsuiting voor individuele personen en groepen toegestaan moet worden zolang het gemene goed en de publieke moraal niet in gevaar gebracht worden.
Uit Communio et Progressio, Pastorale Instructie over de Manieren van Sociale Ccommunicatie, 29 januari 1971 (Acta Apostolicae Sedis 63 (1971) p. 593-656).
Lees ook: ‘The free media: a price worth paying’ van John Wilkins.
Is een afwijkende mening te verenigen met trouw aan de Kerk?
Het is misschien nuttig stil te staan bij de diepere betekenis van het begrip “theologische gehoorzaamheid”. Wanneer de Kerk eist dat men zich “in wil en verstand oprecht onderwerpt” vraagt zij niet dat men zijn eigen denkvermogen opgeeft. De Kerk eist een veel waardevollere dienst, namelijk een eerlijke poging het geloof te dienen met het volledige intellectuele vermogen dat men heeft.
Als het Tweede Vaticaanse Concilie spreekt over “gehoorzaamheid”, heeft het een dergelijke volledige betrokkenheid voor ogen. “Zij moeten hun verstandelijk vermogen, wil en goedheid, en de gaven die de natuur hen heeft toebedeeld aanwenden om uit te voeren wat hen is opgedragen en de taken die hen zijn opgelegd te volbrengen.” (Tweede Vaticaanse Concilie, Vernieuwing van het religieuze leven, nr. 14.) Oprecht trouw zijn aan de waarheid, maar ook aan het magisterium, vereist een bereidheid tot vragen stellen, meer nog dan een bereidheid zich te schikken. Wat in eerste instantie oppositie lijkt, zal later een actieve samenwerking blijken te zijn tussen het magisterium en de theologen met als doel een beter geformuleerde doctrine.
Theologen spelen een belangrijke rol in de voortdurende hervorming “waaraan binnen de Kerk altijd behoefte is”, een hervorming die ook betrekking heeft op “onvolkomenheden in de manier waarop de leer van de Kerk is geformuleerd.” (Tweede Vaticaanse Concilie, Decreet over het Eucumenisme, nr. 6).
In plaats van te spreken over een conflict tussen het magisterium en een afwijkende theologische mening zou men beide moeten beschouwen als elementen in een levende dialoog, beide even noodzakelijk voor de hervorming van de Kerk.
Paus Pius XII beschreef het samenspel tussen het leergezag en de theologische studie op een positieve manier. In zijn toespraak op een congres van theologen op 1 oktober 1966 zei hij: “Het magisterium heeft veel profijt van bezielde en nijvere theologische studie en van de stimulerende samenwerking van de theologen… Zonder de hulp van de theologie zou het magisterium ongetwijfeld het geloof wel kunnen behouden en onderwijzen, maar het zou slechts met moeite het hoogstaande en volledige kennisniveau kunnen bereiken dat het nodig heeft om zijn taak uit te voeren, want het is zich ervan bewust dat het niet begiftigd is met revelatie of het charisma van inspiratie maar slechts met de steun van de Heilige Geest” (L’Osservatore Romano, 2 oktober 1956).
Zie ook: Geloofsbelijdenis en de Eed van Trouw
John Wijngaards
Vertaling door Mirjam Bonné
