| de juiste uitleg van de overlevering |
![]() |
| * bijbelse overlevering |
| * dynamische overlevering |
| * latente overlevering |
| * gerijpte overlevering |
Er bestaat geen enkele twijfel omtrent de betrokkenheid van vrouwen bij het apostolaat van de jonge Kerk. We kunnen hier slechts een korte samenvatting geven, die laat zien hoe de vrouwelijke diakens pasten in het grotere geheel.
De vrouwen die Paulus hielpen
Vanwege de sociologische omstandigheden kon de jonge Kerk niet onmiddellijk de consequenties trekken uit het revolutionaire nieuwe priesterschap van Christus. Paulus wist dat het doopsel van Christus in principe het onderscheid tussen slaven en vrijen had weggenomen (Galaten 3, 28), en in een bepaalde tekst trekt hij de logische conclusie dat slaven de vrijheid moeten krijgen (1 Korintiërs 7, 21-23). Maar het heersende sociale systeem bracht hem ertoe om de institutie van de slavernij als een noodzakelijk kwaad te accepteren. Zo maakte de heersende gedachtewereld het voor hem ook onmogelijk om de gelijkwaardigheid in Christus tussen mannen van mannen en vrouwen, waarin hij vast geloofde (Galaten 3, 28) , volledig te realiseren. Tegen deze achtergrond heeft het des te meer betekenis dat reeds in Paulus’ tijd vrouwen betrokken waren bij het dienstwerk van de Kerk.
- ‘Onze zuster, Febe, diaken (diakonos) van de gemeente te Kenchreeën. Zij is voor velen, en ook voor mij, een beschermster geweest’ (Romeinen 16,1) Het woord .diakonos dat op Febe wordt toegepast, heeft nog niet de betekenis van een precies aan te duiden ambtelijke functie die het later met betrekking tot vrouwen zou hebben Het heeft hier de algemene betekenis van ‘dienaar’, wat in het Nieuwe Testament gewoon is. (cf. Efeziërs 6,21).
- ‘Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus’... ‘Groet Maria die zoveel moeite voor u heeft gedaan.’ Zo ook ‘arbeiden Tryfena, Tryfosa en Persis in de Heer.’ (Romeinen 16,1-16). Paulus heeft het hier zeker over apostolisch werk.
- ‘Euodia en Syntyche die samen met mij gestreden hebben voor het evangelie, samen met Clemens en mijn overige medewerkers.’(Filippenzen 4,2) ‘Voor het evangelie’ doelt zeer zeker op deelname in het werk van de verkondiging.
- Vergelijk ook: “De apostelen, die zich onvermoeid inzetten voor de verkondiging, zoals van hen verwacht kon worden, werden vergezeld door vrouwen, niet als echtgenoten, maar als zusters die hun dienstwerk onder de vrouwen die thuis woonden verrichtten: door hun toedoen bereikte de leer van de Heer de plaatsen waar de vrouwen woonden, zonder achterdocht te wekken.”. Clemens van Alexandrië , Stromata 3, 6, §53.
- Plinius vermeldt in een brief aan de keizer (111) dat hij twee christenvrouwen gearresteerd heeft die een officiële betrekking bekleedden. “Het leek mij noodzakelijk om de waarheid omtrent deze vrouwelijke slaven, die ‘dienaressen’ [=ministrae = diaconessen?] genoemd werden, te weten te komen, en nog wel door gebruik te maken van marteling.”
- En vergelijk het verhaal van Thekla, die door haar belijdenis voor de rechter in Antiochië, Tryfena en een groep vrouwen bekeerde. ‘Ze ging naar Tryfena’s huis en verbleef daar acht dagen, waarin ze haar in Gods woord onderrichtte, zodat de meesten van haar dienaren geloofden.’ (Handelingen van Paulus en Thekla, § 38-39).
Zoals vrouwen zich bij Christus bij zijn werk hadden aangesloten (Lucas 8,1-4), zo werkten vrouwen ook mee aan de opbouw van de eerste christelijke gemeenschappen. Hadden ze een welomschreven taak?
De rol van vrouwen als ‘profeet’
In het NieuweTestament betekent profeet niet zo maar een geïnspireerd iemand; hij of zij was iemand die een dienst verrichtte in de gemeenschap. Paulus plaatst de profeet tussen de apostel en de leraar: “God heeft in de gemeente allereerst apostelen aangesteld, vervolgens profeten, en verder leraren; voorts is er de gave om wonderen te doen... Niet iedereen kan apostel zijn, of profeet, of leraar. ...”(1 Korintiërs 12, 28-29). De Didache (11-13) spreekt over de profeet in nauwe samenhang met de apostel die het geloof verkondigt.
- De evangelist Filippus had vier dochter die ‘profetes waren’ (Handelingen 21, 9).
- ‘Een man die onder het bidden of profeteren het hoofd bedekt houdt, doet zijn hoofd schande aan. Een vrouw daarentegen brengt schande over haar hoofd wanneer zij blootshoofds bidt’ (1 Korintiërs 11,4-5). Het profeteren door een vrouw wordt hier op één lijn gesteld met het profeteren door een man. Het woord heeft in beide gevallen dezelfde betekenis.
- Het is duidelijk dat de profeet tijdens liturgische bijeenkomsten een functie had. ‘Aan de profeten moet gij toestaan te danken, zoveel als zij dat willen’ {= zij konden zich tijdens de eucharistie onbelemmerd uiten].(Didache 10,7).
De dienst van vrouwen als ‘weduwe’
In het NieuweTestament kan het woord ‘weduwe’ verschillende maar toch verwante zaken aanduiden. In de Handelingen van de Apostelen (6,1-2; 9,39) lezen we dat de ‘bejaarde weduwen’ door de gemeenschap verzorgd werden. Hier gaat het gewoon om weduwen in de alledaagse betekenis van het woord. Maar in de Brief aan Titus zien we al dat deze weduwen een bijzondere rol in de gemeenschap vervulden: ‘Zo moeten ook oudere vrouwen zich waardig gedragen, niet kwaadspreken en niet verslaafd zijn aan de wijn. Zij moeten in staat zijn het goede te onderrichten en de jongere vrouwen moeten ze bijbrengen hun man en kinderen lief te hebben.’ (Titus 2,3-4). Hier schijnt men van weduwen te verwachten dat ze een zekere volmaaktheid bezitten en zich geroepen voelen om de jonge vrouwen van de gemeenschap te leiden. Dit zou zich later ontwikkelen tot een georganiseerd apostolaat.
- Origenes vergelijkt de Febe van de Brief aan de Romeinen met de weduwen van de Brief aan Titus (Commentaar op Romeinen 10,17).
- ‘Houd de weduwen in ere die werkelijk weduwen zijn ...De echte weduwe heeft haar hoop op God gevestigd en blijft dag en nacht bidden en smeken... Als weduwe kan een vrouw worden ingeschreven die niet jonger is dan zestig jaar en slechts eenmaal gehuwd is geweest... Zij moet bekend staan om haar goede werken:... dat zij gastvrijheid heeft bewezen, heiligen de voeten heeft gewassen. (1 Timoteüs 5,3-10). Het interessante hier is de inschrijving in een register en de voorwaarden die gesteld worden, want dit maakt duidelijk dat het hier niet over alle weduwen gaat, maar over enkelen daarvan die in de gemeenschap een aparte groep vormen. Dit is de eerste aanwijzing van het bestaan van een college van weduwen, parallel met de klerikale ambten in de kerk.
- Ignatius van Antiochië groet ‘de maagden die weduwen genoemd worden’ (Smyrnioten § 13).
Hoewel het ‘diaconaat’ in een ruimere betekenis al van het begin af bestond, is het duidelijk dat er in de tweede eeuw ‘colleges van weduwen’ bestonden die, in een niet precies omschreven betekenis, een functie vervulden.
Vrouwelijke diakens
De Kerk heeft diaconessen gekend vanaf de tijd van de apostelen. Dit blijkt duidelijk uit de klassieke passage uit 1 Timoteüs:
“Diakens moeten eerzame mensen zijn; zij moeten eerst een onderzoek ondergaan; daarna kunnen zij, als er geen klachten zijn, hun dienst verrichten. Ook de vrouwen moeten eerzaam zijn, geen kwaadspreeksters, matig en in ieder opzicht betrouwbaar. Diakens moeten mannen van één vrouw zijn” 1 Timoteüs 3, 8-12.
‘Het woord “diaken” wordt hier gebruikt in zijn technische betekenis. Het lijkt ook duidelijk dat wij hier onder “de vrouwen” - die duidelijk onderscheiden worden van de echtgenoten van de diakens terwijl de beschrijving van hen vergelijkbaar is met die van de diakens -moeten verstaan vrouwelijke diakens. Hier wordt een dienstwerk aangegeven dat deel uitmaakte van de gewijde bediening zelf.’ Aldus Jean Daniélou, The Ministry of Women in the Early Church, Faith Press, Leighton Buzzard 1974, p. 14.
In het Westen bestond er nog al wat verwarring in terminologie en praktijk. In 517 sprak de synode van Epaon van ‘weduwen die diaconessen genoemd worden’. Soms spreekt men, bij de verwijzing naar diaconessen, van ‘weduwe en diacones’. Waarschijnlijk is er altijd echter wel wat onderscheid geweest tussen de twee rollen.
Pas in de derde eeuw bracht de Kerk, vooral in het Oosten dat toen het belangrijkste deel van de Kerk uitmaakte, door grotere preciesheid helderheid in de positie van de diaconessen, mogelijk vanwege problemen met de minder georganiseerde weduwen. In de Didascalia (3rd cent.)en de Apostolische Constituties (4th cent.) wordt de verschillende rollen van ‘weduwen’ en ‘diaconessen’ duidelijk uiteengezet. Op concilies werden de voorwaarden voor hun sacramentele wijding vastgesteld. En er kwamen bepalingen voor het ritueel van de wijding. In het Byzantijnse deel van de kerk bleven vrouwelijke diakens voortbestaan tot ver in de 8ste en 9de eeuw. Vele vrouwelijke diakens worden volgens de heiligenkalender van de orthodoxe kerk als heiligen vereerd.De uiteindelijke teloorgang van het vrouwelijk diaconaat is toegeschreven aan twee hoofdoorzaken:
- de vrees voor de ‘rituele onreinheid’ door de menstruatie, aldus Balsamon en Blastares
- de afname van de volwassendoop. Dit verminderde de behoefte aan hulp van vrouwelijke diakens, zoals vermeld staat in enkele oude Syrische ritualen.
Er is altijd veel verzet geweest tegen vrouwelijke diakens in de Latijnsprekende regio’s van de kerk in Italië, Noord-Afrika, Gallië en Brittannië. De voornaamste oorzaken waren (a) de invloed van het Romeinse recht volgens welke de vrouw geen leidinggevende positie kon bekleden, en (b) de vrees voor rituele onreinheid.Toen de Middeleeuwen aanbraken, wisten weinig mensen nog wat het vrouwelijk diaconaat voor de jonge Kerk betekend had.
John Wijngaards
Terug naar Vrouwelijke diakens - Overzicht?
Lees ‘Toen Vrouwen nog Diakens waren ’ in De Bazuin 23 Juli 1999.
Vertaling: Theo van Schaick fic
Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen.. |
Vermeld a.u.b. dat dit documentontleend is aan www.womenpriests.org!

